naar Alfa Romeo NL
 

  HISTORIE
  REGLEMENT
  NIEUWS
  LEDENLIJST
  MESSAGE BOARD
  CLUBLEDEN inloggen
 
  MEETINGS
 
  BROCHURE
  FOTO-VIDEO
  IN DE MEDIA
 
  JAAP'S COLUMN
  MERCHANDISING
  ONTSPANNING
 
  AANKOOP TIPS
  LID WORDEN
 
  CONTACT
  GASTENBOEK
  LINKS

naar algemeen gedeelte

 

Jaap's column
 

Kerstverhaal
met sneeuw, armoe en een happy end

  Hendrik was een braaf man. Hard werkend, goudeerlijk en dol op zijn vrouw en kinderen. Veel verdiende Hendrik niet, want de krantenwijk bracht niet veel op. Natuurlijk kon hij ook zijn hand gaan ophouden, maar dat was zijn stijl niet. De ellende was begonnen nadat de fabriek waar hij werkte zijn deuren sloot. “Reorganisatie,” noemde de grote baas dat. Eerst had Hendrik nog meelij met de man gehad. Die kwam dus ook op straat te staan. Zou zijn prachtige villa en dure Mercedes wel moeten verkopen. Dat was nu twee jaar geleden, maar de man woonde nog steeds in zijn mooie huis, en had alweer een nieuwe Mercedes voor de deur staan. Hendrik kon het weten, want hij deed elke morgen trouw het ochtendblad bij de man in de bus. Hendrik keek uit naar de feestdagen, want dan mocht hij overdag zijn wijk weer lopen, maar nu om de nieuwjaarsfooi op te halen. Hij zou dan bij zijn ex­baas aanbellen en hem prettige feestdagen wensen. Misschien herkende de man hem wel, Hendrik was tenslotte wel eens bij de man op kantoor geweest. Toen hij 25 jaar op de fabriek werkte. Hij had nog gedacht een mooi cadeau te zullen krijgen, maar alles wat hij kreeg was een oorkonde, die door de secretaresse op de computer gemaakt was. Het was toch maar knap wat je allemaal met zo’n computer kon. Hendrik had er geen, dat kon bruin niet trekken. Maar nu hoopte Hendrik op een fiks extraatje, want van de fooien konden ze misschien wel een paar nieuwe schoenen kopen voor de kinderen, want met de winterdag konden ze eigenlijk niet op die gympies blijven lopen.

Het was de week voor kerst. Hendrik stond klaar om de fooi op te halen. Het sneeuwde behoorlijk en het was flink koud. Hendrik rilde in zijn te dunne jasje, maar zijn besluit stond vast: vandaag moest het gebeuren. Ze hadden het geld hard nodig, dus kom op, flink zijn, het was tenslotte voor een goed doel. Hij had al aardig wat opgehaald, toen hij bij het huis van zijn ex­baas kwam. Hendrik belde aan en streek nog even zijn haar glad. Niet dat het veel hielp met dit weer, maar je kon niet weten. Een klein meisje deed open. “Er staat een zwerver voor de deur,” riep het kind naar binnen. “Jaag hem weg!” klonk een vrouwenstem. Het leek de stem van de secretaresse wel… “Nou,” stamelde Hendrik, “ik ben de krantenbezorger en ik kom jullie prettige……..” Daar verscheen meneer aan de deur. “Dag meneer,” zei Hendrik, “kent u me nog? Ik ben……” “Heb je ’t niet gehoord? Wegwezen!!!” Teleurgesteld droop Hendrik af. Hij begreep er niets van. Hoe konden zulke mensen zo zijn? In gedachten verzonken stak hij de straat over. Hij had de auto niet zien aankomen. Voor hij het wist lag hij op straat. Een meneer boog zich met een verschrikt gezicht over zich heen. Op de vraag of hij pijn had reageerde hij negatief. De man hielp hem overeind. “Kom,” zei hij, “ik breng je thuis.” In de warme auto kwam Hendrik weer bij zijn positieven. De man vroeg hem van alles: waar hij woonde natuurlijk, en of-ie kinderen had en hoe zijn vrouw heette en of Hendrik wel zeker wist dat hij niks mankeerde. Maar Hendrik had alleen maar oog voor dat prachtige dashboard, met al die lampjes en verlichte schermpjes, en die muziek, het leek wel een concertzaal. Hendrik genoot! Thuisgekomen vertelde hij in geuren en kleuren zijn belevenissen, en zijn vrouw vroeg: “Weet je ook hoe die man heet?” Nee, dat wist Hendrik niet. Vergeten te vragen.

Daar ging de bel. Hendrik deed open. Niemand. Maar op de stoep stond een grote doos, met daarin allerlei eten en drinken en lekkernijen! En een envelop. “Maak dan open,” zei zijn vrouw nieuwsgierig. Er zat een briefje in. “Sorry voor wat er gebeurd is. Ik hoop dat je hier wat aan hebt.” Een geldbedrag waar ze wel 20 paar schoenen voor konden kopen, en dan hadden ze nog genoeg over om weet­ik­hoe­lang van te kunnen leven.

“Maar weet je dan echt niet hoe die man heette? We moeten hem bedanken!” Hendrik wist het niet. “Misschien heb je het kenteken onthouden, dan?” Het enige dat Hendrik wist, was dat het een donkerblauwe auto was. Het merk wist hij ook niet. O ja, er was toch nog iets dat Hendrik zich kon herinneren.
Er stond een getal achter op de auto, maar welk getal was het ook alweer. Prachtige blinkende cijfers…..
Ja, hij wist het nu zeker!

166!