| |
De vakantie in het
midden des lands
is
zojuist aangevangen. Ook ik mag mij verheugen in het vooruitzicht
van drie weken Italië. Natuurlijk samen met mijn dierbaren. Mijn
kinderen, hoewel reeds op een leeftijd van zelfstandige burgers,
hebben te kennen gegeven voor de zoveelste keer voor ’t laatst met
ons mee te willen. Ik ben tenslotte hun hoofdsponsor nietwaar? Mijn
Bella
gaat
ook mee. De trouwe vierwieler hoeft slechts het traject
ZeistDüsseldorf
en
LivornoViareggio
af te
leggen. De rest gaat per autoslaaptrein. Natuurlijk doe ik niets
liever dan autorijden in de 166 (of in mijn spider) maar mijn
fysieke gesteldheid laat niet toe het hele stuk te rijden, dus kies
ik voor een rijdende overnachting, zeg maar.
Van de week reed ik , op weg naar mijn dealer voor een laatste check
up van de 166, achter een Passat
variant die een tandemasser
voorttrok. De combinatie naderde een kruispunt, beveiligd met
verkeerslichten. Het feit dat het licht op rood stond weerhield hem
er niet van om toch door te rijden! Ik was zodoende getuige van een
narrow
escape
van een wielrijder, die ternauwernood aan de dood wist te
ontsnappen. De bestuurder van de Passat
toeterde verontwaardigd naar de fietser, in de veronderstelling
dat
deze fout was. Opgelucht haalde ik adem, luidkeels vloekend op de
man in de Passat. Bij het volgende stoplicht stond ik naast hem en
zag de vermoedelijke reden van zijn fout: meneer zat te bellen…. Ik
werd kwaad en deed iets wat ik nog nooit heb gedaan, ik noteerde
zijn kenteken en reed naar de KLPD, die 50 meter verderop gevestigd
is. Ik meldde mij bij de receptie en deed verslag van het zojuist
gebeurde. Ik zei erbij dat ik heus geen lieverdje
ben
(de man knikte begrijpend, kijkend naar mijn 166 die voor de deur
(fout) geparkeerd stond) maar dat iemand die zich zulke fouten
veroorlooft door zich met een telefoon aan het oor door het verkeer
te begeven op zijn minst een waarschuwing zou moeten krijgen dat hij
fout bezig is. Het antwoord dat ik kreeg was: “Meneer, wij kunnen
niets doen wij zij de snelwegpolitie, met dit verhaal moet u bij de
regiopolitie zijn.” Ik wierp tegen dat de man zojuist de snelweg
opreed en misschien door de “snelwegpolitie” op zijn fout gewezen
kon worden, maar nee, dat kon niet hoor, dat was te moeilijk
allemaal. Nou, mijn boosheid had plaats gemaakt voor moedeloosheid.
Geef mij maar de Italiaanse snelwegpolitie, die ooit eens naast mij
kwam rijden en mij met een handgebaar en een glimlach duidelijk
maakte dat ik het wat rustiger aan moest doen( ik reed 165) en er
vervolgens met een noodgang vandoor spoot. Dat ze in een BMW reden
nam ik ze op dat moment niet eens kwalijk. Buiten gekomen stond er
een diender bij mijn auto. “Weet u wel dat u hier niet mag staan?
Dit is alleen voor surveillancewagens.” “Ach agent,” antwoordde ik,
“Ik heb zojuist geprobeerd een stukje werk van jullie over te nemen,
maar…..” Ik zuchtte, stapte in, en reed weg, de agent met een
vragend gezicht achterlatend. Zouie
mij
nummer genoteerd hebben? Ik hoop maar dat hij dan weet waar hij
ermee naartoe moet….
.
|
|
|