Eén van de hoogtepunten in
mijn bestaan wordt gevormd door vakantie. Mijn huisgenoten
vinden dat ik altijd vakantie heb, omdat ik niet meer werk, maar
dat bedoel ik niet, dat zul je begrijpen. Op het moment dat je
dit leest zijn we al weer terug, maar nu, op het moment van
schrijven brengen wij onze tijd door in Italië, het geboorteland
van mijn Bella Het weer is voortreffelijk, en de 166 geniet
zichtbaar, net als zijn baas. Mijn vrouw geniet wat minder,
tenminste als er wordt gereden op drukke trajecten, want volgens
haar heb ik mij de Italiaanse rijstijl zeer snel eigen gemaakt.
Dat houdt onder andere in dat je daar rijdt waar plek is, ook
als dat een rijstrook voor linksaf is, terwijl je rechtdoor
moet. Een roodlicht wordt beschouwd als “verte Napoli” , ook wel
genoemd: “Amsterdams groen”. Rotondes? Ach, zolang je allemaal
maar dezelfde kant op rijdt…. En dan blijkt dat het met de
opvliegende natuur van de Italianen best mee te vallen, want
(vrijwel) niemand protesteert. De gemiddelde Italiaan begint pas
te toeteren als hij, of zij, moet wachten voor iets dat in zijn
of haar ogen niet nodig is. Ik doe dan braaf mee, maar aangezien
ik een (door Hella geleverde) “Italiaanse passeerhoorn” (ja, zo
heet zo’n ding) heb aangebracht op de plaats waar de gewone
claxon hoort te zitten, betracht ik vervolgens toch enige
terughoudendheid, niet in de laatste plaats vanwege de
bestraffende blik, mij toegeworpen vanaf de bijrijdersplaats..
Vanmorgen hebben we de stad Lucca bezocht, een prachtige stad,
waarvan het oude centrum binnen een aarden stadswal ligt. Om er
te komen was een rit door de bergen noodzakelijk, dat is sowieso
al genieten. In Lucca aangekomen was een parkeerplek snel
gevonden, maar aangezien lopen niet direct een van mijn
favoriete bezigheden is, besloot ik de oude stad binnen te
rijden. Ik raakte verstrikt in een wirwar van smalle straatjes,
met haakse bochten die zelfs voor een Middeleeuwse handkar
moeilijk te in één keer te nemen zijn. En dan de verraste
gezichten van de voetgangers! Sommigen zwaaiden zelfs uitbundig
met hun middelvinger naar ons… Uiteindelijk besloot ik onder
druk van mijn medepassagiere het oude stadscentrum maar te
verlaten, nadat we voor de derde keer langs dezelfde kerk waren
gereden. Toch maar buiten de stadswal geparkeerd op een bewaakte
parkeerplaats. Het uiterlijk van de bewaker wekte de indruk dat
hij bij niet betalen geheel belangeloos de auto zou gaan
uitruimen, dus ik betaalde grif het verlangde bedrag. De man
moet tenslotte ook eten, en een navigatiesysteem en een vergeten
camera is heel wat meer waard dan de vier euro die hij vroeg
voor vier uur parkeren. Toen we een uur te laat arriveerden gaf
ik hem nog twee euro, die prompt in zijn broekzak verdween, in
plaats van in zijn geldtas. “Bella macchina, senore,” zei hij
nog. “Grazie,” antwoordde ik gestreeld. Naast onze Bella stond
nog een 166 met Nederlands kenteken. Zou de eigenaar ook lid
zijn van de 166 club?